Costa Rica (2008): Rondreis

Reisinspiratie: Rondreis van veertien dagen met Anja door Costa Rica in september 2008, met een uitstapje van vijf dagen naar Nicaragua. Reisorganisatie: Pagona Travel.

Rondreis

De rondreis begint met de aankomst per vliegtuig in San Jose, waarna vier dagen doorgebracht worden in de Pachira Lodge vlakbij het Tortuguero National Parc, in het oosten van Costa Rica. Hierna trekken we met onze huurauto door het vulkanengebied in het midden van het land, en verblijven we elke keer twee nachten in respectievelijk Sarapiqui ((hotel PuertoViejo de Sarapiqui), Arenal (hotel Lomas del Vulcan), Tenorio (hotel Celeste Mountain) en in Rincon de la Viega (Hacienda Guachipelin). Na het uitsapje van vijf dagen naar Nicaragua verblijven we de laatste vier dagen in het diepe zuidwesten van Costa Rica, in het Drake Bay Wilderness Resort, vlakbij het Corcovado National Parc. Op de laatste dag gaat het per boot, terreinwagen en klein vliegtuigje naar San Jose, waarna het KLM vliegtuig ons via Panama City weer terugbrengt naar Schiphol.

Tortuguero National Parc

Het Tortuguero National Parc ligt aan de oostkust van Costa Rica, en is alleen per boot bereikbaar. Grote schildpadden komen s’nachts uit de Caribische Oceaan om op het strand hun eieren te leggen, en gelukkig worden deze eierenen steeds meer door de plaatselijke bevolking beschermd. Vanuit het resort Pachira Lodge maken we excursies en varen we s’ochtends het s’avonds tijdens de schemering per boot naar het National Parc, waar de gids ons attendeert (vaak zie je de dieren dan nog niet) op leguanen, kaaimannen, schildpadjes en zeer veel fraai gekleurde, grote en kleine volgels. In het resort zelf wordt je s’ochtends gewekt door de brulapen, waarvan een familie (alfa-mannetje, meerder vrouwtjes met jongeren) in de bomen en op ons huisje verblijven. Heel leuk om dit tafereel voor langere tijd te observeren !

Vulkanen

Per huurauto rijden we zelf door het midden van Costa Rica, hetgeen voornamelijk gedomineerd wordt door vulkanen. Vulkanen met fraaie namen als Poas, Arenal, Tenorio en Rincon de la Vieja torenen hoog boven het landschap uit en vormen ook de trekpleisters voor de toeristen. Kokende modderpotten en bubbelende meertjes zijn uitingen van de vulkanische activiteit, en de vulkaan Arenal is zelfs zo actief dat soms de lava naar beneden spuit. Bij deze laatste vulkaan is ook de spectaculaire Skytrek: met een kabellift naar boven en via canopying naar beneden: oftewel het slingeren langs een kabel tussen en boven de bomen van platform naar platform (7 stuks). Waarbij de langste 1.500 meter langs was en je met 60 kilometer per uur zo’n 100 meter boven de boomtoppen scheerde…..en dat met hoogtevrees….. Maar voor zowel Anja als mezelf was het een ervaring om niet te missen.

Corcovado National Parc

Het veel minder toeristischer Corcovado National Parc, gelegen in het uiterste zuidwesten, is onze laatste bestemming. Je kunt hier alleen maar komen via een 5 uur durende autotocht over onbegaanbare wegen en het doorkruisen van zes rivieren, of per (klein) vliegtuigje. Wij hebben voor de laatste optie gekozen, en ook dan is de reis al avontuurlijk genoeg. Vanuit het Drake Bay Wilderness Resort, fraai gelegen aan de Pacific Ocean en middenin het tropisch regenwoud, maken we verschillende excursies. Uiteraard naar het Corcovado National Parc, waar we onder begeleiding van een gids een wandelingen van meerdere uren maken. Onderweg ernaar toe zwemmen dolfijnen naast ons bootje, en ook springen iets verder weg walvissen uit het water. Doordat onze gids een telescoop bij zich heeft kunnen we dat laatste fraai relatief dichtbij zien. En uiteraard wordt de telescoop gebruikt om in het tropisch regenwoud de dieren veel beter te zien. Door de telecoop zie je de kikker heel gedetailleerd, terwijl hij 1 centimeter groot is en 20 meter verder op een groen blad zit. En dat je ook fraaie foto’s kunt maken door de telescoop is natuurlijk helemaal mooi ! Tevens bezoeken we per boot het Birds Island, met veel jonge vogels op de rotsen, en het mangrovegebied waar zelfs Boa Constrictors hun woongebied hebben…. de gids was er twee weken geleden eentje tegengekomen, maar wij gelukkig niet. Kortom, Corcovado National Parc is een perfecte afsluiting van een perfecte vakantie !

Klik hier voor nog meer reisinspiratie !   

       

ReisverslagDownload reis_costa_rica_en_nicaragua_2008.doc   

Seychellen (2005): Rondreis 7 eilanden

Reisinspiratie: 12-daagse vakantie naar de Seychellen in juli/augustus 2005 met Anja. Naast Mahe, La Dique en Praslin hebben we ook de eilanden Round Island, Cerf, Felicite, Cousin en St. Denis bezocht. Reisorganisatie: 3oceans Travel.

Mahe

Mahe is het grootste eiland van de in totaal 118 eilanden tellende Seychellen-groep. We logeren in hotel Coco d’Or, een familiehotel vlakbij de hoofdstad Victoria en gelegen aan de Baie Beau Vallon. Victoria, de hoofdstad, heeft duidelijke engelse koloniale invloeden. Niet alleen qua huisstijl en opzet, maar ook door bijvoorbeeld de Big Ben in het midden van een rotonde. Verder is het een grote wanboel van kleine straatjes, heel veel auto’s en diepe afgronden langs de kant. Per engelse auto rijden we over het eiland, hetgeen toch wel een aparte ervaring is in de stijle bergen. Zeker wanneer je voor een kruising plotseling tegelijk moet schakelen (met links) en de richting moet aangeven (met rechts). We komen langs de missiepost Venn’s Town, waar vroeger vrijgelaten slavenkinderen werden opgevangen, en een prachting vergezicht heeft. De kustroute kent zeer veel stranden, waaronder Grande Anse, Anse a la Mouche, Anse Takamaka en Anse Intendance. Vooral die laatste is erg fraai. Ook bezoeken we het Craft Village in een koloniale plantage-woning. De excursie per boot naar Sainte Anne Marine National Park is ook een leuk uitje: onder in een onderwaterkijkboot naar het rif kijken, barbequen en snorkelen rondom Round Island en zonnen op Cerf Island;

La Dique

Hotel La Dique Island Lodge is het grootste en meest luxe hotel op het eiland La Dique dat 2000 inwoners telt. Het eiland is niet erg groot (enkele vierkante kilometers), en herbergt attracties als Union Plantation Park, een plantage voor kokosnoten en vanille-planten, waar ook reuzenschildpadden verzorgd worden. Uniek is het natuurpark Veuve, waar de zeldzame Sechelse zwarte paradijsvliegenvanger (Creools: Veuve) nog leeft. Auto’s mogen niet op het eiland komen, dus fietsen we half rond het eiland en weer terug (de weg ging plotseling over in bergrotsen).

Praslin

De veerboot brengt ons vanaf La Dique naar Praslin, en onze gids Herve brengt ons per auto naar ons hotel Paradise Sun, een prachtig gerenoveert hotel na de Tsunami-overstroming. Ons huisje is zeer fraai ingericht, en heeft een eigen veranda. We zitten wat langer op dit eiland en nemen dan ook de tijd om alles rustig te verkennen. Uiteraard brengen we ook een bezoek aan het National Park Vallee de Mai. Dit door UNESCO verklaarde werelderfgoed omvat zo’n 7.000 Coco-de-mer bomen, uniek voor de Seychellen, met hun hartvormige noten. Deze bomen zijn pas na 25-40 jaar volwassen en kunnen honderden jaren oud worden. We krijgen een leerzame uitleg van onze gids, die er veel vanaf weet, en horen de zeldzame Black Parrot (Vasa-papegaai) wel, maar zien hem niet.

Golfen

Vandaag gaan we golfen. De rit per oude bus gaat hard, soms stijl omhoog en omlaag in de 1e en 2e versnelling, maar het is wel een leuke belevenis. Via vliegveld, ferry, Vallee de Mai en de westkust komen we in drie kwartier aan in het 5-sterren Lemuria Resort, waar de golfbaan is gevestigd: de Lemuria Resort Golf Course. Het is een 18-holes baan, en in de prijs van Euro 82 zit ook een buggy. Anja als chauffeur van de buggy annex caddy, en ik als golfer. Het is een schitterende baan van zo’n 5.300 meter lengte, met veel water, palmbomen en hoogteverschillen. De eerst 12 holes zijn redelijk vlak, maar vanaf hole 13 gaat het de bergen in en krijgen we schitterende panorama-vergezichten. Eerst 50 meter omhoog slaan via diverse bergterrassen, om vervolgens vanaf diezelfde 50 meter hoogte bij de volgende hole diep in de afgrond de green te zien liggen, omgeven door de turquoise zee, het witte strand en bunkers, de groene palmbomen en de boshellingen . Spectacualir en de mooiste golfbaan waar ik tot nu toe gespeeld heb !

Eilanden

Het strand met het hoogste bounty-gevoel is Anse Source d’Argent. Wit zand, overhangende palmbomen, uitgeslepen rotsen, azuurgroen water in verschillende tinten (door het koraalrif eronder). Zeer, zeer fraai. Maar ook de de stranden en koraalriffen voor het snorkelen van de eilanden Round Island, Cerf, Coco Island, Felicite, Cousin en St. Denis zijn niet te versmaden !

Klik hier voor nog meer reisinspiratie   !

       

Reisverslag Download reis_seychellen_2005.pdf

Groenland (2003): Prins Christian Sound

 

Reisinspiratie: Onderdeel van de cruise Rotterdam – New York in de vakantie met Anja in augustus 2003.

Cruise

Cruise met de MS Rotterdam van de Holland Amerika Lijn (HAL) van Rotterdam via de noordelijke eilanden (Schotland, Orkney-eilanden, Shetland-eilanden, Falklandeilanden, Ijsland, Groenland, New Foundland) naar New York. Aangezien de boot uit de kust voor anker gaat is er een pendeldienst (tender) opgezet met een aantal reddingsboten (tenders).

Prins Christian Sound

Als we met de cruiseboot het vaste land van Groenland naderen is het zeer mistig, en lijkt de tocht over de Prins Christian Sound in het water te vallen. Dit is een zeer fraai fjord van 58 kilometer lang en op sommige plaatsen maar 480 meter breed. Je kunt er alleen van juni t/m eind augustus doorheen omdat het anders door pakijs is geblokkeerd. Maar de doorvaart gaat ook niet door als het mistig is of er te veel wind is, want dat is, zeker met zo’n groot schip, gevaarlijk. Om 08.45 uur hangt er nog een dikke mist om het schip maar als we rond 09.00 uur het fjord binnenvaren is de mist verdwenen en staat er een heerlijk zonnetje te schijnen. De volgende zes uur zien we de mooiste panorama’s die we ooit hebben gezien. Onder unieke weersomstandigheden (had de bemanning in al die jaren nog nooit meegemaakt) varen we langzaam op een rimpelloos water tussen miljoenen jaren oude granieten bergen, gletsjers (1.400 meter hoog), watervallen en ijsbergen!

Groenlandse ijskap

We passeren de uiterste zuidpunt van de Groenlandse ijskap, welke totaal 85% van Groenland beslaat. De permanente ijsoppervlakte is 1.500 mijl van noord naar zuid en meer dan 600 mijl van oost naar west. Op het dikste punt is de ijskap 2 mijl (3,2 km) dik. We genieten, lekker lui liggend achterop het Verandadek van het gigantische cruiseschip, met volle teugen en de weerspiegeling van de zon maakt het een onvergetelijke gebeurtenis. Af en toe komen kajaks richting het schip als we een kleine nederzetting passeren. Op een gebied van 200 meter bij 200 meter, begrenst door water en zeer stijle bergen, leven dan enkele Groenlandse families van de visvangst. Je zult er maar wonen….

Vasteland groenland

Vandaag gaan we aan land in Groenland en wel in Quqortoq, het grootste dorp van zuidelijk Groenland met 280 inwoners. De haven is te klein om het grote schip aan te laten meren, dus worden we weer met tenders aan land gebracht. De inwoners zijn Inuit (Eskimo’s), zien er Mongolees uit en hebben een gelige tint over zich. Opvallend zijn de zeer stijle weggetjes en de vele oude inwoners (ze lijken in ieder geval oud) die langzaam maar gestaag omhoog klimmen. We wandelen (langzaam) de berg op in het dorp en hebben zo een mooi overzicht op de haven en de kleurrijke huisjes. Een unieke ervaring rijker !

Klik hier voor nog meer reisinspiratie !  

       

Noorwegen (1991): Rondrit door Midden-Noorwegen


Reisinspiratie: Vakantie met Anja in augustus 1991. Rondreis van 2.500 km per auto door Noorwegen. Per boot van Kiel (Duitsland) naar Goteborg (Zweden).

Van Oslo naar Lillehammer

Voordat we doorrijden door Noorwegen bekijken we uitgebreid de stad Oslo. Ook op het programma staat natuurlijk het museum-eiland Bygdoy. Hier bezoeken we het Vigeland-museum, dat bekend staat om de vele aparte beelden in het park. Inderdaad een indrukwekkend geheel ! Onderweg noordwaarts bekijken we in het plaatsje Eidsvoll de Eidsvollbygning, het huis waar op 17 mei 1814 de Noorse grondwet werd geproclameerd. Aangekomen in Lillehammer gaan we langs het Maihaugen openlucht-museum: een volkenkundig museum met 125 oude gebouwen. Het museum geeft weer hoe de Noren vroeger gewoond en geleefd hebben. En natuurlijk bij in Lillehammer een bezoek aan de tentoonstelling voor de te houden Olympische Winterspelen 1994 niet ontbreken. Leuk om te zien hoe de een onbekend stadje transformeert in een toeristische attractie (met alle voor- en nadelen van dien).

Rit door Midden-Noorwegen

De rit door Midden-Noorwegen, plaatselijk de Peer Gynt-weg genaamd, is indrukwekkend. Deze landweg kronkelt zich door woest landschap met heide, bergrotsen en meren, zie ver je kunt zien. In Polfoss stoppen we bij de wildwater-rivier met waterval, waar we ook overnachten. De weg 258 (Grotli-Videseter) is een bergweg met schitterend uitzicht over gletsjers, bergen, dalen en watervallen. We zitten nu dik in de bergen en bekijken de omgeving vanaf het Dalsnibba-observatiepunt: na eerst zo’n 500 meter in 5 kilometer met de auto geklimd te hebben, hebben we een prachting uitzicht vanaf 1.476 meter hoogte. Mijn hoogtevrees wordt danig op de proef gesteld als Anja weer eens vlak langs de rand gaat staan …..

Geiranger Fjord

Zo ook bij het Geiranger Fjord: Anja maakt een foto op de flydalsjuv, een klein, ver-uitstekend rotsplateautje. Ook al is dit het meest gefotografeerde plaatje in Noorwegen, de angst blijft (bij mij). We bezoeken het Jotenheimen Nasjonalpark, een zeer groot en hoog gebergte-gebied. En op de Jostedalsbreien, een gletsjer-gebied, betreden we zelfs de eeuwige sneeuw. Ook spectaculair is het bergtreintje Myrdal-Flom: in 20 km wordt 866 meter hoogteverschil overbrugd. Helemaal aan de westkust van Noorwegen ligt het plaatsje Bergen. Hier regent het het meest, en ook nu is dat weer het geval. Bryggen is het historisch gedeelte van de stad, met oude huizen, markt en kade. En gelukkig hebben ze veel gezellige kroegen, want in de aanhoudende regen is het toch gelijk een stuk minder gezellig allemaal. Via het wintersport-plaatsje Geilo rijden we weer terug richting Oslo, waar de ferry al weer op ons wacht.